| Doc: | a039008 |
| Tijdschrift: | 39 p. 16 |
| Datum: | 21/11/1987 |
| Origine: | NR |
| Thema's: |
|
| << Terug | |
Een provinciale raad vraagt de Nationale Raad om advies m.b.t. de oprichting van een eenpersoonsvennootschap en gebeurlijke deontologische problemen dienaangaande.
Na onderzoek van het probleem en meer bepaald van een werknota dienaangaande is de Nationale Raad van oordeel dat een dergelijke vennootschap door geneesheren mag worden opgericht op voorwaarde dat de ter zake geldende deontologische regels worden nageleefd.
De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 21 november 1987, de deontologische problemen m.b.t. de oprichting door een geneesheer, van een eenpersoons‑BVBA, nader onderzocht.
De Raad stelt vast dat de wetgever die deze vennootschapsvorm heeft ingevoerd, de vrije beroepen ervan niet uitsluit.
Na onderzoek is de Nationale Raad van oordeel, dat er geen deontologische gronden voorhanden zijn om deze vennootschapsvorm voor geneesheren te verbieden, maar dat alle bepalingen van het nieuwe hoofdstuk IV van de Code van geneeskundige Plichtenleer betreffende de geneesherenassociaties, naar analogie moeten worden toegepast.
De eenpersoons‑BVBA is een afzonderlijke rechtspersoon. Het feit dat alle deelbewijzen in handen van één enkele geneesheer zijn, wijzigt in geen enkel opzicht de deontologische verplichtingen van de geneesheer op het stuk van de vennootschappen.
Het ontwerp van de oprichtingsakte van de eenpersoons‑BVBA, het ontwerp van overeenkomst tussen de geneesheer en de vennootschap, het ontwerp van statuten en het huishoudelijk reglement van de vennootschap, evenals alle voorstellen tot wijziging van deze teksten, moeten voorafgaandelijk ter goedkeuring worden voorgelegd aan de provinciale raad waarbij de geneesheer is ingeschreven.
Bij het onderzoek van bedoelde documenten, zal de provinciale raad nagaan of alle bepalingen stroken met de regels van de medische deontologie. De provinciale raad zal er o.m. op letten dat: